Gemeenten kunnen met proactieve ondersteuning inwoners met betalingsproblemen eerder in beeld krijgen en sneller passende hulp bieden. Tijdens de workshop “Ontwikkelingen en samenhang in dienstverlening BIDN voor lokale belastingen” op de VNG Belastingconferentie 2026 stond één vraag centraal: hoe kunnen gemeenten inwoners met betalingsproblemen eerder en beter ondersteunen? In de workshop gingen Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) en het Schuldenknooppunt in gesprek met professionals. Daarbij werd verkend hoe samenwerking en het (eerder) delen van gegevens en informatie, gemeenten kan helpen om inwoners met betalingsproblemen beter en eerder in beeld te krijgen en te ondersteunen.

Van reageren naar anticiperen

Gemeenten bewegen steeds duidelijker richting een aanpak waarin niet langer wordt gewacht tot betalingsachterstanden escaleren. Door eerder signalen op te vangen en gericht te handelen, kunnen gemeenten mogelijk helpen problematische schulden te voorkomen. Dit vraagt om een andere manier van werken: minder nadruk op dwangmaatregelen en meer op tijdige ondersteuning.
Daarbij is van belang onderscheid te maken tussen inwoners die niet willen betalen en inwoners die niet kunnen betalen. Juist voor die laatste groep ligt er een maatschappelijke opgave. Inzetten op (dwang)invordering leidt alleen maar tot hogere kosten en verergerde problematiek voor de doelgroep op de langere termijn. Vroegtijdig inzicht kan ruimte bieden voor passende oplossingen.

Proactief kwijtschelden

In de workshop kwam naar voren dat kwijtschelding mogelijk een grotere rol kan spelen aan de voorkant van het proces. Door eerder te toetsen of inwoners hiervoor in aanmerking komen, kunnen gemeenten onnodige invorderingsmaatregelen voorkomen. Concreet is het idee in geval van dwanginvordering direct proactief te toetsen of er mogelijk recht op kwijtschelding bestaat. Hoewel de wet proactieve dienstverlening in de toekomst meer mogelijkheden biedt, blijft een aanvraag evenwel een vereiste voor toetsing. Aanpassing van beleid op dit punt lijkt gewenst, en vraagt om bestuurlijk draagvlak.

Tegelijk zoeken gemeenten binnen de bestaande kaders al naar manieren om inwoners eerder te attenderen op kwijtschelding en hen actief richting ondersteuning te begeleiden. Een pilot over mensen met aanvullende inkomensondersteuning bijstand, de landelijke pauzeknop en andere initiatieven zouden hieraan kunnen bijdragen.

Betere aansluiting met schuldhulpverlening

Een proactieve aanpak vraagt ook om nauwere samenwerking tussen belastingafdelingen en schuldhulpverlening. Door eerder door te verwijzen en informatie beter te delen, kan een meer samenhangende keten van signalering, ondersteuning en schuldregeling ontstaan. Instrumenten zoals het Schuldenknooppunt maken het mogelijk om sneller inzicht te krijgen in schulden en processen te versnellen. Dit kan bijdragen aan een soepeler verloop van schuldregelingen en minder administratieve lasten.

Proactieve dienstverlening in de praktijk

Steeds meer gemeenten geven concreet invulling aan proactieve dienstverlening. Dat uit zich onder andere in:
• bewuster afwegen of invordering proportioneel en zinvol is;
• het beperken van maatregelen met hoge maatschappelijke kosten, zoals beslag op uitkeringen;
• het actief verwijzen van inwoners naar regelingen en hulpverlening.
Ook werd benoemd dat bepaalde groepen, zoals zelfstandigen, nog onvoldoende in beeld zijn, terwijl juist daar kansen lijken te liggen om eerder ondersteuning te bieden.

Meer zichtbaarheid en communicatie

Tot slot werd het belang van communicatie benadrukt. Veel regelingen en ondersteuningsmogelijkheden zijn nog onvoldoende bekend bij inwoners. Er werd gepleit voor meer landelijke aandacht, vergelijkbaar met eerdere publiekscampagnes zoals Postbus 51 en Kom uit je schuld.
Ook op lokaal niveau liggen kansen, bijvoorbeeld door contactgegevens beter vast te leggen en inwoners actiever te benaderen. Het koppelen van telefoonnummers aan bestaande systemen kan hierbij helpen.

De rol van BIDN

Bureau InformatieDiensten Nederland (BIDN) ondersteunt gemeenten met betrouwbare en veilige informatiediensten. Zij helpt gemeenten om inwoners snel en effectief te ondersteunen, zodat zij in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.

Gegevens worden alleen gedeeld als dat wettelijk noodzakelijk is, volgens het principe “less is more”: uitsluitend de strikt benodigde informatie, transparant en digitaal, en nooit langer bewaard dan nodig. Zo helpt BIDN, gemeenten om betere afwegingen te maken en processen efficiënter in te richten bij de uitvoering van hun wettelijke taken, onder andere bij schuldenproblematiek.

Uitdagingen blijven

Hoewel de richting die tijdens de workshop werd geschetst breed werd herkend, zijn er ook aandachtspunten. Samenwerking tussen afdelingen komt nog niet altijd vanzelf tot stand, en een toename in doorverwijzingen vraagt om voldoende capaciteit binnen de schuldhulpverlening.
Daarnaast blijft er een groep inwoners die buiten beeld blijft. Juist voor deze “onder de radar”-groep zijn nieuwe benaderingen nodig.

Conclusie

De workshop liet zien dat veel gemeenten zoeken naar manieren om de focus te verleggen van innen naar voorkomen. Door eerder te signaleren, slimmer gebruik te maken van kwijtschelding en intensiever samen te werken met schuldhulpverlening, kunnen gemeenten inwoners met betalingsproblemen mogelijk effectiever ondersteunen.

De beweging die daarbij zichtbaar wordt, is die van reageren naar anticiperen. Proactieve ondersteuning vraagt om goede samenwerking, veilige gegevensuitwisseling en een aanpak waarin de inwoner centraal staat.